Inkomsten en aftrekposten verdelen
Als u samenwoont en ervoor kiest om het hele jaar als elkaars
fiscale partner te worden beschouwd, dan kunt u samen bepalen hoe u
de gemeenschappelijke inkomsten en aftrekposten verdeelt. Iedere verdeling
is toegestaan, zolang het totaal maar 100% is.
U kunt de volgende inkomsten en aftrekposten verdelen:
- het saldo van de inkomsten en aftrekposten van de eigen woning;
- voordeel uit aanmerkelijk belang;
- de waarde van bezittingen en schulden in box 3, zoals effecten, een tweede woning of spaargeld;
- betaalde alimentatie of andere onderhoudsverplichtingen;
- uitgaven voor het levensonderhoud van kinderen jonger dan 30 jaar;
- ziektekosten of andere buitengewone uitgaven;
- uitgaven voor weekendbezoek van ernstig gehandicapten van 27 jaar en ouder;
- studiekosten of andere scholingsuitgaven;
- kosten voor een rijksmonumentenpand;
- giften die u heeft gedaan;
- kwijtschelding van durfkapitaal;
- restant persoonsgebonden aftrek over voorgaande jaren.
Aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld
Aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld mag
u ook verdelen met uw fiscale partner, maar u moet deze
aftrekpost in dezelfde verhouding verdelen als het saldo van de
inkomsten en aftrekposten van de eigen woning.
Let op!
U kunt niet alle inkomsten
en aftrekposten verdelen. Loon en
lijfrentepremies geeft u bijvoorbeeld ieder apart aan.
Bron:Belastingdienst