Verschillen tussen huwelijk, geregistreerd partnerschap en samenwonen
Vaak zal in het gesprek met de (kandidaat-)notaris de vraag rijzen
welke verschillen bestaan tussen huwelijk, geregistreerd partnerschap
en ongehuwd samenleven met alleen een (notarieel) samenlevingscontract.
Om u hiervan een beeld te geven,
vindt u hieronder een overzicht van de belangrijkste verschillen:
1. Formaliteiten
Zowel huwelijk als geregistreerd
partnerschap komen tot stand bij de
ambtenaar van de burgerlijke stand.
Ook de beëindiging van de relatie is
gebonden aan formaliteiten. Huwelijk en
geregistreerd partnerschap eindigen bij
overlijden van een van de partners, omzetting
in geregistreerd partnerschap respectievelijk een
huwelijk of door een echtscheiding respectievelijk
de inschrijving van een notariële verklaring waaruit
van de beëindiging blijkt. Aan 'gewoon' ongehuwd samenleven
stelt de wet geen eisen. Een samenlevingscontract is
verstandig maar niet verplicht.
2. Levensonderhoud
Zowel gehuwden als geregistreerde partners
zijn wettelijk verplicht elkaar 'het nodige'
te verschaffen. Daarvan kan niet worden afgeweken.
De onderhoudsverplichting kàn na beëindiging van de
relatie een alimentatieplicht doen ontstaan.
'Gewoon' ongehuwd samenlevenden hebben jegens elkaar geen
onderhoudsplicht. Bij een beroep op de Algemene bijstandswet
wordt echter wel het inkomen van degene met wie men een gemeenschappelijke
huishouding wordt gevoerd, in aanmerking genomen.
3. Gemeenschap van goederen
Aan de huwelijksvoltrekking en de registratie
van het partnerschap verbindt de wet de algehele
gemeenschap van goederen. In beginsel vloeien beide
vermogens tezamen tot een gemeenschappelijk vermogen.
Ook hetgeen in de toekomst wordt verkregen, wordt
gemeenschappelijk. Dat geldt niet voor schenkingen
en hetgeen wordt geërfd, als de schenker of de erflater
uitdrukkelijk heeft bepaald dat hetgeen van hem verkregen
wordt niet in een gemeenschap valt. Het intreden van de
gemeenschap van goederen kan worden voorkomen door vóór
de huwelijkssluiting of registratie van het partnerschap
huwelijkse voorwaarden of partnerschapsvoorwaarden te maken.
Indien 'gewoon' ongehuwd wordt samengeleefd, ontstaat geen
gemeenschap van goederen. Wel kan bij ongehuwd samenlevenden
door bijvoorbeeld een gezamenlijke aankoop een gemeenschappelijke
eigendom ontstaan
4. Huur
Indien een gehuwd
of een geregistreerd
persoon woonruimte huurt
voor gezamenlijke bewoning,
is diens echtgenoot of geregistreerde
partner automatisch medehuurder. Een 'gewoon'
ongehuwd samenlevende partner kan pas na twee jaar
verlangen dat de verhuurder hem of haar als medehuurder
erkent. Binnen die twee jaar loopt de partner van de
huurder de kans op straat gezet te worden zonder dat
hij of zij daartegen iets kan ondernemen.
5. Pensioen
Deelnemers aan een (aanvullende) pensioenregeling bouwen
ouderdomspensioen en nabestaandenpensioen (weduwen- en weduwnaarspensioen)
op. Daartoe wordt bij het pensioenfonds een pot gevormd. Voor het geval van
echtscheiding of beëindiging van geregistreerd partnerschap heeft de wetgever
geregeld wat met die pot dient te geschieden. Van toepassing is de 'Wet pensioenverevening
bij scheiding'. Deze leidt tot een deling van het tijdens het bestaan van het huwelijk of
het geregistreerd partnerschap opgebouwde ouderdomspensioen. Het nabestaandenpensioen komt,
voor zover opgebouwd tijdens het huwelijk, automatisch toe aan de (gewezen) partner.
De meeste pensioenfondsen kennen voor 'gewoon'
ongehuwd samenlevenden een 'partnerpensioen'. Dat is
te vergelijken met het (aanvullend) nabestaandenpensioen.
Het is iets anders dan het (volks)pensioen op basis van de
Algemene nabestaandenwet (Anw). Om voor het partnerpensioen
in aanmerking te komen dient aan enige vereisten te worden voldaan.
Die verschillen van fonds tot fonds. Een notarieel samenlevingscontract
wordt meestal verlangd.
6. Erfrecht
In geval van huwelijk en geregistreerd partnerschap
erft de langstlevende echtgenoot of partner samen met de kinderen.
'Gewoon' ongehuwd samenlevenden moeten daarom een testament
maken. Volgens de wet erven 'gewoon' ongehuwd samenlevenden niet van elkaar.
'Gewoon' ongehuwd samenlevenden moeten daarom een testament maken. Dit verandert
niet met de komst van het nieuwe erfrecht op 1 januari 2003.
In het nieuwe erfrecht, dat op 1 januari 2003 wordt ingevoerd wordt
de erfrechtelijke positie van de langstlevende sterk verbeterd. Ook voor
ongehuwd samenwonenden ontstaan dan meer mogelijkheden.
7. Successierecht
Deze belasting wordt geheven over hetgeen uit iemands nalatenschap wordt verkregen.
Een langstlevende echtgenoot of langstlevende geregistreerde partner geniet een
vrijstelling van ruim euro 467.848,- (vrijstelling 2002), ongeacht hoe lang het huwelijk
of de registratie duurde. Op die vrijstelling wordt echter in mindering gebracht de helft
van de waarde van pensioenaanspraken (en dergelijke). De vrijstelling bedraagt echter minimaal
euro133.670,- (vrijstelling 2002). Over het hetgeen meer dan het vrijgestelde bedrag wordt
verkregen, wordt 5-27% successierecht betaald, afhankelijk van de waarde van de verkrijging.
Voor 'gewoon' ongehuwd samenwonenden geldt een minder ruimhartige regeling. Indien
de gemeenschappelijke huishouding minder dan twee jaar heeft geduurd, bestaat er in principe geen vrijstelling. Na het verstrijken van de periode van twee jaar loopt de vrijstelling in drie jaar geleidelijk op naar hetzelfde bedrag als geldt voor gehuwden. Zo lang de termijn van vijf jaar niet is verstreken wordt belasting geheven naar een tarief van 41-68%. Pas na vijf jaar valt men in het gehuwden-tarief (5-27%).
In een samenlevingscontract kan, voor zover het gemeenschappelijke goederen betreft, via een 'verblijvingsbeding' de heffing van successierecht ook binnen voormelde periode van vijf jaar worden voorkomen. Hetgeen verkregen wordt, moet dan wel gemeenschappelijk eigendom zijn geweest.
Samenwoners die langer dan 6 maanden:
- samenwonen;
- ingeschreven staan op een woonadres in de gemeentelijke basisadministratie;
- en de zorgverplichting hebben vastgelegd in een notarieel samenlevingscontract;
- hebben direct een vrijstelling van euro 467.848,- (vrijstelling 2002).
Dat is anders als de samenwoners bloedverwanten
in rechte lijn zijn (bijvoorbeeld ouders of kinderen)
of de samenwoners zich voor de heffing van de inkomstenbelasting
hadden kunnen laten kwalificeren als partner, maar dit hebben nagelaten
gedurende 5 jaar voorafgaande aan het moment van overlijden van een van de samenwoners.
8. Kinderen
Van belang is nu of tussen een ouder en een kind 'familierechtelijke betrekkingen'
bestaan. Dat heeft gevolgen voor de geslachtsnaam, het gezag (ouderlijk gezag/voogdij),
het omgangsrecht en het erfrecht.
Wanneer sprake is van een huwelijk tussen een man en een vrouw bestaan
tussen een uit een huwelijk geboren kind en zijn beide ouders automatisch
familierechtelijke betrekkingen. Bij een huwelijk tussen twee vrouwen, geregistreerd
partnerschap en 'gewoon' ongehuwd samenleven ontstaan door de geboorte
alleen familierechtelijke betrekkingen tussen de moeder(degene die het kind baarde)
en het kind. Wanneer een kind tijdens een geregistreerd partnerschap is geboren, hebben de ouder en de partner het gezamenlijk gezaeg, tenzij er een andere ouder is. Zijn beide geregistreerde partners de ouders van het kind, dan ontstaat gezamenlijk gezag.
Familierechtelijke betrekkingen tot de vader ontstaan eerst doordat deze
het kind 'erkent'. Deze erkenning kan reeds tijdens de zwangerschap geschieden.
Men kan ervoor terecht bij de ambtenaar van de burgerlijke stand en bij de notaris.
Voor de erkenning is in beginsel de toestemming van de
moeder nodig en van het kind als deze ouder is dan 12 jaar.
Is het kind ouder dan 16 jaar dan is alleen de toestemming van het
kind nodig. De rechtbank kan 'vervangende toestemming' geven indien de
moeder van het kind weigert om toestemming te geven. Als in een huwelijk van
twee vrouwen een kind wordt geboren, is de vrouw die het kind baart de moeder.
Maar de vrouw met wie zij is getrouwd, is volgens de wet niet automatisch de andere
ouder. Dat is zij pas als zij het kind adopteert. Het huwelijk als zodanig heeft dus
voor de relatie tussen deze vrouw en het kind geen gevolgen. Hetzelfde geldt als twee
mannen samen een kind verzorgen en opvoeden en één van hen is de vader van het kind. Als
zij trouwen, heeft het huwelijk als zodanig geen gevolgen voor de relatie tussen de andere
man en het kind. Wel is het zo dat de niet-ouder in een huwelijk van twee vrouwen of twee
mannen als stiefouder een onderhoudsplicht jegens de kinderen in het gezin heeft. Deze plicht
duurt in elk geval zo lang als het huwelijk duurt. Andere rechten en plichten kunnen er wel komen,
maar nogmaals, niet door het huwelijk. Die rechten en plichten kunnen ontstaan door adoptie of door
gezamenlijk gezag. De niet-ouder kan het kind adopteren. Hierdoor wordt hij of zij in juridisch
opzicht de ouder van het kind. Alle juridische familiebanden met de oorspronkelijke ouder
(als die er is) worden dan doorgesneden. Dit is een ingrijpende stap en er gelden dan ook strenge
voorwaarden. De tweede mogelijkheid is minder ingrijpend en ligt praktisch soms meer voor
de hand. Als de niet-ouder een nauwe persoonlijke band heeft met het kind, kunnen de ouder en
de niet-ouder aan de rechter vragen om aan hen het gezamenlijke gezag toe te kennen. De niet-ouder
heeft in dat geval dezelfde gezagsrechten en plichten als de ouder. Hij of zij is dan samen met de
ouder in alle opzichten verantwoordelijk voor de verzorging en opvoeding van het kind. De ouder en
zijn of haar echtgenoot kunnen de rechter ook vragen om de achternaam van het kind te wijzigen in
die van de ouder of de echtgenoot.
Over een kind dat tijdens een geregistreerd partnerschap wordt
geboren, hebben de ouder en de partner automatisch het gezamenlijk
gezag, als er geen andere ouder is. Zijn de beide geregistreerde partners
ouder, dan hebben zij het gezamenlijk gezag van rechtswege. Bij geregistreerd
partnerschap en 'gewoon' ongehuwd samenleven ontstaan door de geboorte alleen
familierechtelijke betrekkingen tussen de moeder en het kind. Familierechtelijke
betrekkingen tot de vader ontstaan eerst doordat deze het kind 'erkent'. Deze erkenning
kan reeds tijdens de zwangerschap geschieden. Men kan ervoor terecht bij de ambtenaar
van de burgerlijke stand en bij de notaris. Voor de erkenning is in beginsel de
toestemming van de moeder nodig. De kantonrechter kan 'vervangende toestemming'
geven indien het weigeren van de toestemming als 'misbruik van bevoegdheid' kan
worden beschouwd.
Bron:Notaris